Leren oriënteren
Als je voor de eerste keer wil deelnemen aan een oriëntatieloop kan dit op een heel toegankelijke manier via de Hasselt en Leuven Orienteering Series. Misschien heb je je net ingeschreven voor 1 van onze events.
Bij de start van zo’n event staan onze Omega-leden graag voor je klaar om je op weg te zetten bij je eerste orienteering ervaring.
Maar misschien kan je niet zo lang wachten en wil je op voorhand toch al weten wat je te wachten staat. Hierna vind je enkele basisregels die je al op weg helpen om van je eerste orienteering ervaring een succes te maken!
De basis
Hieronder zie je een orienteering kaart waarop een omloop (in paars) gedrukt staat. Je ziet de start (driehoek), omloop met posten of controlepunten (cirkels) en aankomst (dubbele cirkel). De posten worden in volgorde gevonden waarbij je begint met nummer 1 en zo verder gaat. De route tussen de posten kies je zelf met als doel de omloop in de kortst mogelijke tijd af te leggen.
Zoals je uit de aardrijkskundeles wel weet heeft iedere kaart een legende en een schaal. Zo ook de orienteering kaart.
De meest voorkomende kaartschalen bij orienteering in België zijn:
1: 7.500
1: 10.000
Voor sprint- en cityraces (zoals de meeste Orienteering Series events) is de schaal 1: 4.000. Dit betekent dat 1 centimeter op de kaart in werkelijkheid 40 meter is.
Overal ter wereld vind je dezelfde symboliek terug. Hieronder zie je de basislegende (die de belangrijkste elementen op de kaart zelf beschrijft) en enkele basis postenbeschrijvingen (die meer uitleg geven over de specifieke locatie waar de post zich bevindt (bv. post 10 staat aan een opvallende boom).
Tijdens de wedstrijd
Op de kaart is de orienteering post (of ‘balise’) gemarkeerd als een paarse cirkel. In het midden van de cirkel bevindt zich de post. In het terrein kan je hem gemakkelijk herkennen aan het wit/oranje gekleurde nylon vlaggetje.
“De post prikken” betekent een registratie en bewijs dat je als loper aan het controlepunt geweest bent. Vroeger moest je letterlijk prikken op een controlepapier, tegenwoordig gebeurt dit elektronisch met een Sportident.
De Sportident draag je rond je wijsvinger. Wanneer je aan de controlepost arriveert, stop je hem in het voorziene gaatje van het sportident station (unit met nummer op), vervolgens hoor je een korte biep en zodoende is je doorkomst geregistreerd. Tijdens een wedstrijd kan je de Sportident steeds uitlenen van de organisatie.
1. De Start: Pak de kaart pas als de starttijd loopt. Oriënteer je kaart direct naar het noorden.
2. Volgorde: Je moet de posten in de juiste volgorde afwerken (1, 2, 3...).
3. Controlecodes: Op de post staat een nummer (bijv. 31). Controleer op je postomschrijving of dit nummer overeenkomt met de post die jij zoekt (is post 1 inderdaad nummer 31?). Zo niet: niet 'prikken', je zit verkeerd!
4. Prikken: Steek je SI-card in het station tot je een piep en lichtflits hoort/ziet.
5. De Finish: Vergeet niet de finish-unit te dippen om je tijd te stoppen.
6. Uitlezen (Belangrijk!): Ga altijd naar de jurytafel om je chip uit te laten lezen, ook als je opgeeft. Zo weet de organisatie dat je veilig uit het bos bent en starten ze geen zoekactie.
Fair play en veiligheid
Hulp bieden aan gewonde lopers gaat voor op de wedstrijdtijd.
Niet 'volgen' (blindelings achter iemand anders aanlopen).
Respecteer de natuur en verboden zones (olijfgroen/paarse arcering).
Op een kaart staan een aantal symbolen die verboden zones of niet-overschrijdbare objecten voorstellen.
De baanlegging is zodanig gemaakt dat je vooraf moet opletten dat je de juiste wegkeuze maakt. Als je je ergens vastloopt moet je rondlopen (dat is net de bedoeling) en niet proberen over een verboden hek te kruipen of een verboden zone te passeren.
Oriëntatietechnieken (basis)
Kaart oriënteren: Zorg dat het noorden op de kaart (bovenkant/pijlen) altijd wijst naar het noorden in het echt (gebruik je kompas of herkenningspunten). Als jij draait, draait je kaart niet mee, deze blijft naar het noorden gericht.
Duimen: Houd je duim op de kaart op de plek waar je nu bent. Verplaats je duim telkens als je een herkenningspunt passeert. Zo weet je altijd exact waar je bent.
Kaart vouwen: Vouw de kaart kleiner zodat de vorige post en de volgende posten zichtbaar zijn maar dat je toch met je duim kan aangeven waar je bent.
Bekijk op https://orienteering.vlaanderen/start-to-orienteer/#info (helemaal beneden) zeker de video’s over ‘geörienteerd houden van de kaart’ en ‘kaartsymbolen’.